FRANS HOGERWAARD (1882 - 1921)
De impressionist Frans (François) Hogerwaard werd 10 nov. 1882 geboren in Weltevreden (Java, N.I.). Hij studeerde cello, en bezocht tevens de School voor Kunst en Kunstnijverheid in Haarlem en aansluitend de Rijksacademie in Amsterdam (1904-1906, Allebé). Ging 1907 met Piet van der Hem naar Parijs, hier ontstond de ets Het huisje van Berlioz. Was in 1908 weer in Holland, behaalde in 1910 de Prix de Rome, verbleef daarna langere tijd in Rome, Florence, Venetië, Spanje (Madrid), Algiers ; in 1913 was hij weer in Parijs maar ging in St. Cloud wonen ("zijn hart trok naar buiten", Gerdes) Begin 1914 keerde hij naar Holland terug, werkte in Heeze met Gerdes, en betrok in Amsterdam in de Joh. van Campenstraat een atelier. Trad op 15 april 1918 in het huwelijk met Marie Constance Françoise de Bruijn Kops, werkte enkele maanden in Oosterbeek en woonde daarna in den Haag, waar hij - te jong - op 15 juni 1921 overleed.
Hij toonde van meet af aan een gevarieerde en avontuurlijke onderwerpkeuze. Wie zou op het idee gekomen zijn een bezwijkend paard in een arena, vier ploeterende trekezels, een groepje spelende groepje zigeunermuzikanten en hun bewegingen uit te beelden? Bekend werd hij met zijn figuren en landschappen waarin het licht een belangrijke rol speelt (luminisme). In Den Haag maakte hij naam met (mondaine) portretten waarin invloeden van de Art Nouveau te bespeuren zijn. Zijn eigenlijke kracht lag echter niet in deze portretten. Karakteristieker zijn zijn hoekige Spaanse koppen, en zijn 'Lingeman'.
De reproducties van zijn werk in Elsevier's Geïllustreerd Maandschrift jg 1920 en 1929 zijn de moeite van het bekijken echt waard.
Graag citeer ik stemmen over Hogerwaards Czardas, van welk onderwerp Hogerwaard zowel een ets als een schilderij gemaakt heeft, wat hij wel vaker deed (of het schilderij nog bestaat en waar het zich dan bevindt is mij niet bekend) :
"Daar is vooreerst de Czardas. Hij brengt hier de artiesten van het strijkje in beeld, of liever het wat gezwollen voordrachts-pathos van deze musici. Dit tafereel doet enigszins aan v. d. Hem denken ; maar feller vreet er het zwart in de tronies, sterker is er de opwinding in, juister zijn er de mannen getypeerd" (G. Knuttel, 1920).
"Dikwijls worden groote werkkrachten vroeg van deze aarde weggeroepen. Dit moet helaas gezegd worden van den jonggestorven Fr. Hogerwaard. Hogerwaard was een zeer bekwaam etser en schilder. Dit laatste blijkt wel uit zijn etsen Kust van Sorrente en Fin Tragique. Maar zijn ets Czardas is een waar meesterwerk. De expressie en beweging der gezichten en handen van de verschillende orkestleden zijn origineel en zeldzaam kundig weergegeven. Ook de compositie is grootsch van opzet en uitvoering" (Lodewijk Bosch, 1927).
De Czardas (1920) is een prachtige ets, het exemplaar dat ik jaren geleden kon verwerven is afkomstig uit de kunstverzameling van de muziekpublicist Max Prick van Wely, de man die in Het Orgel en zijn Meesters (1931) schreef “Als de eenige orgelcomponist, die met H. Andriessen en De Wolf werkelijk van beteekenis is, moeten wij Cor Kint noemen”. Hogerwaards Czardas is een vroeg voorbeeld van bewegingsuitbeelding op een schilderij, tekening of ets. De handen van het groepje muzikanten vliegen langs de snaren en over de toetsen. Vergelijk de afbeeldingen van de rijdende Oude Schicht van kasteelheer O. B. Bommel door Marten Toonder. Ook de tekening van een straatzanger met gitarist en violist op Montmartre komt bij Prick van Wely vandaan.
Weinig bekend is dat Hogerwaard de illustraties leverde voor de eersteling van Betty Bierema = Cissy van Marxveldt, Game - and set! (Sijthoff / Valkhoff 1917). Ik heb er nog geen afbeeldingen van — het boek is zeldzaam.
In 1923 verscheen de tweede druk van "Game and Set" bij Valkhoff onder de titel "Vriendinnen", met band en ill. van Isidore van Mens.
Litt.
Dr. G. Knuttel Wzn., Jacques Zon en Frans Hogerwaard bij Kleykamp. Elsevier's Geïllustreerd Maandschrift 1920 / 1, pag. 137-138.
E. Gerdes, Frans Hogerwaard. Elsevier's Geïllustreerd Maandschrift 1929 / 2, pag. 228-234.
Bosch, Lodewijk. Nederlandsche Prentkunst sedert 1900. Etsen en gravures verzameld en ingeleid door Lodewijk Bosch. Amsterdam, Kosmos, 1927.
1. Frans Hogerwaard. Pont Marie te Parijs. Olie op doek. Ca. 60,5 x 37. Vergelijk
de Pont Marie van Dupont, afgebeeld in W. F. Dupont, Pieter Dupont. Zijn leven en werken, 2e druk, Oisterwijk 1947, afb. 138. Op deze site te vinden op de nabuurpagina Diversen.
2. Frans Hogerwaard. Ets Czardas. Ca. 52 x 67. R.o. gesigneerd F. Hogerwaard.
3. Frans Hogerwaard. Ets Het vervallen woonhuis van Berlioz op Montmartre.
1907-08 of 1913-14.
4. Frans Hogerwaard. Straatmuzikanten. Potloodtekening. Een zanger, een gitarist en een violist.

5. Frans Hogerwaard. Zonnig laantje in Sorrento (Italië).
Olieverf op board.
6. Frans Hogerwaard. Ets 69x54 cm getiteld Binnenplaats te Rome.
7. Frans Hogerwaard. Dezelfde ets op voorpagina Panorama
nr. 60 van 26 Juli 1915. Hier genoemd Italiaansche binnenplaats. Tikkeltje bijgesneden.
8. Frans Hogerwaard. Ets Spaansche danseres. Ze wordt
door gitaar en
pandereta
begeleid.
9. Frans Hogerwaard.
Ets Slangenbezweerder te Tanger, 43 x 29,5 cm.
"... hij zocht bij 't schilderen van figuur en portret bijna altijd naar een bepaalde allure, naar eene houding en geste die meer in het Zuiden dan in het koele Noorden past. „Chaque peintre fait son portrait", wordt wel eens gezegd en waar Frans door de straatjeugd met de haar eigen rake karakteristiek eens voor „Spaansche stierenvechter" werd uitgescholden, begrijpt men dat zijn zoeken steeds gericht was op modellen, die hij kon laten gebaren als de figuren, die wij zoo goed van de werken der groote Spaansche meesters kennen. Het stil-neerzitten, zonder gebaar, dat zoo kenmerkend is bij ons Hollanders, inspireerde hem geenszins."
Dat schreef Elseviers Maandschrift in de jaren twintig over de jong gestorven top-schilder Frans Hogerwaard. Het zou op deze ets met aquatint kunnen slaan (34 x 30 cm).
[Tekst van het Twents Veilinghuis over nr. 8].
10. Frans Hogerwaard, Fin tragique, 90,4 x 96,3 cm, Madrid ca. 1912.
11. Frans Hogerwaard, Ezels trekken een kar de helling op. Krijttekening, 36 x 72 cm, Madrid.
12. Frans Hogerwaard. Olie op doek (1910?).
Portret door Piet van
der Hem, 63 x 50 cm.
13. Portret van de cellist Johan Lingeman
door Frans Hogerwaard (1913).
Het onvolprezen portret van Hogerwaard (uit 1910?) door Piet van der Hem (1885-1961), bekend uit Elsevier's Geïllustreerd Maandschrift, 1929/2, jg 39, pag. 229 (XLIX), waar het zo treffend naast Hogerwaards portret van de cellist Johan Lingeman uit 1913 geplaatst is (welke opstelling ik hierboven geïmiteerd heb). Een prachtstuk. Is eindelijk weer eens in kleur te zien, bij Kunsthandel Marius Sterrenburg te Amsterdam. Wanneer mijn speurtocht naar Lingeman in kleur succes heeft, staan Hogerwaard en Lingeman op deze plaats weer verenigd naast elkaar, naar Gerdes' idee, maar dan in kleur. Dit portret dat Hogerwaard op zijn paasbest toont, t.g.v. een buitengewoon feestelijke gelegenheid, zo te zien in opperbeste stemming, kan met het verwervwn van de Prix de Rome in 1910 in verband worden gebracht.
Johan (Johannes Frederik) Lingeman, in de U.S. John Lingeman (1888-1979), Hogerwaards celloleraar vermoed ik, mogelijk een zoon van "muziekmeester" Johannes Gerardus Lingeman (geb. 1848), speelde 1907-1914 ongeveer gelijktijdig met Cor Kint (1909-1915) in het Concertgebouworkest als solocellist, vertrok na een solocarrière in Europa naar de Verenigde Staten, waar hij 1919-1920 in het Cleveland Orchestra speelde, 1923-1924 in het Chicago Symphony Orchestra, lid was van het Sauret Quartet en het Chicago String Quartet, solocellist bij de opera-orkesten van New York en Chicago. Vestigde zich na zijn pensionering in Northern Wisconsin. Hij was gefascineerd door oude instrumenten en bespeelde een cello die eigendom geweest was van Louis XIV. Hieronder een foto van Lingeman op latere leeftijd.
"Door Frans met z'n cello bezig te zien leerde men hem beter kennen dan door te trachten een gesprek met hem te voeren. In zijn liefde voor den violoncel en voor haar diepen klank lag ook zijn liefde voor sonore, rijpe kleuren, ja, in de kleur van de cello zit de grondtoonvan zijn werk en als hij een cel kocht
—
hij had een passie voor het ontdekken van oude instrumenten
—
keek hij voornamelijk naar de kleur van het boven- en rugblad" (Gerdes, zie onder litt.).
Uit een brief d.d. 15 maart 1921 van Albrecht Felix Reicher te Amsterdam aan Willem Witsen in Gambar, N.I. :
"Op 't oogenblik, dat ik deze schrijf is er een tentoonstelling in Arti van
Oud-Chineesche en Tibetaansche
schilderingen enz. Kunstzaal Kleijkamp. Theo Neuhuys, die zooals je weet, als
Directeur aan hun zaak was verbonden, is tamelijk plotseling overleden. [,,,]
De voorjaarstentoonstelling zal deze keer, voor 't eerst, geannonceerd worden
door een expresselijk daartoe vervaardigd aanplakbiljet. Je weet, dat, na de eerste
mislukking, er weer een prijsvraag is uitgeschreven (Jury de vergadering van stemhebbende
leden). Jan Sluyters heeft de eerste prijs en Frans Hogerwaard de tweede gekregen".
Drie maanden later is Hogerwaard overleden, nog geen veertig jaar oud.
Piet van der Hem, schilder en tekenaar, Wirdum (F.) 9 sept. 1885 – ‘s-Gravenhage 24 april 1961.
HOGERWAARD, FRANS. Geb.: 10 November 1882 te
Batavia. Overl.: 15 Juni 1921 te Den Haag. Bezocht de
Kunstnijverheidsschool te Haarlem, daarna twee
jaren de Rijks-Academie onder Allebé te Amsterdam.
Behaalde den Prix de Rome, 1910; reisde in
Spanje. 1907 Kon. subsidie. Schilder van mondain
Portret en van Landschap, Spaansche voorstellingen
met Figuur. Hij etste. Aldus Van Waay (Ned, Sch.K. 1970-1940).
▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄
Soms komt men schilderstukken in belabberde staat tegen. Het onderstaande schilderij, kort voor Hogerwaards overlijden wschl. in de buurt van Oosterbeek gemaakt, zwerft al jaren over internet zonder dat de eigenaren het willen verkopen. Er is verscheidene keren op geboden, eenmaal op twee sites tegelijk met twee biedverlopen, maar er wordt niet op gereageerd. Ik druk er toch een paar helaas slechte foto's van af, in de hoop dat iemand het met een zacht lijntje in handen weet te krijgen.




